Project Description

De sperwer (Accipiter nisus) is een kleine, snelle roofvogel.

Zoals bij alle roofvogels is het mannetje kleiner dan het vrouwtje, maar bij de sperwer is dit verschil zeer uitgesproken: het vrouwtje is tweemaal zo zwaar als het mannetje. De lengte van kop tot staart varieert van 28 tot 38 centimeter.

Zangvogels zijn de voornaamste prooi, met name huismus, vink, merel, spreeuw en mees, maar lust ook wel eens een Turkse tortel die dan eerder door het vrouwtje wordt gevangen. De sperwer jaagt vanuit dekking, of met een plotselinge, snelle vlucht in het voorbijgaan.

De sperwer bouwt ieder jaar hoog in de bomen een nieuw nest, waarin één tot zes, maar meestal vier of vijf eierenworden gelegd.

Sperwers komen in heel Europa voor, met uitzondering van IJsland en het uiterste noorden van Scandinavië en Rusland. Het verspreidingsgebied strekt zich in een gordel uit van Rusland tot Kamtsjatka, Japan en Korea. Sperwers leven voornamelijk in bosgebieden (vaak naaldbos), maar ook in cultuurland en in steden. Vogels uit de noordelijke streken overwinteren in gematigde gebieden.

De sperwer is in Nederland en Vlaanderen geen zeldzame vogel meer. Tussen 1965-1970 was het nog een uiterst schaarse broedvogel van bosgebieden op de zandgronden. Daarna volgde een geleidelijk herstel. In de oorspronkelijke broedgebieden nam het aantal toe en er volgde een uitbreiding van het broedareaal naar de laaggelegen gebieden in Nederland en Vlaanderen. In Nederland broedt de sperwer nu zelfs al in grote steden. Rond 1990 werd een niveau bereikt dat daarna (in ieder geval tot 2007) niet opvallend hoger of lager werd. Het aantal broedparen rond 2000 in Nederland wordt geschat op 4000 tot 5000 paar en in Vlaanderen op 1500 tot 2500 paar.

 

Deze tekst komt oorspronkelijk van het Wikipedia artikel Sperwer. Deze tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen.